Huis van de Europese geschiedenis

Het Huis van de Europese geschiedenis neemt de bezoeker mee op een reis doorheen de Europese geschiedenis en geeft die stof tot nadenken over de toekomst, dit alles in de 24 officiële talen van de Europese Unie.

Om de bezoekers een beter idee te geven van de tumultueuze gebeurtenissen in de 20e eeuw, focust de permanente tentoonstelling ten eerste op de opvattingen en overtuigingen kenmerkend voor de 19e eeuw – Europa’s ‘intrede tot de moderniteit’ –, om daarna te kijken naar Europa’s verval in oorlog en destructie.
Hierna volgde een zoektocht naar een beter leven in een Europa dat zich in toenemende mate verenigde. Bezoekers worden aangemoedigd om na te denken over het Europa van vandaag, over de status en positie van de Europese Unie en de rol die voor iedereen is weggelegd om de toekomst van Europa mee vorm te geven.

Bezoekers kunnen tot 30 januari 2022 ook de tijdelijke tentoonstelling Fake for Real: Een geschiedenis van vervalsingen bezoeken.
  • Het Huis van de Europese geschiedenis is met de trein (Brussel-Luxemburg), bus of metro bereikbaar.
    De dichtstbijzijnde haltes zijn Maalbeek en Schuman op metrolijnen 1 en 5 en de halte Troon op de lijnen 2 en 6.
  • 1,5 Schuman - 2,6 Trône / Troon
  • Uurrooster

    24/10/2020 - 28/10/2021: * maandag: van 13:00 tot 18:00 * dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag: van 09:00 tot 18:00 * zaterdag en zondag: van 10:00 tot 18:00

  • Prijs

    Normal: 0,00 €

Maak kennis met allerlei voorbeelden van namaak en vervalsingen door de eeuwen heen, van de oudheid en de middeleeuwen tot aan de moderne geschiedenis en het heden. Namaak is iets van alle tijden, maar elk tijdperk kende wel zijn eigen typische vormen van namaak. Opvallend genoeg blijkt het overal ter wereld deel uit te maken van de menselijke natuur om in bepaalde vormen van namaak te geloven. De tentoonstelling omvat een uitgebreide selectie voorwerpen uit vooraanstaande musea uit meer dan twintig Europese landen. Zij begint in het oude Rome, waar de praktijk van ‘damnatio memoriae’ bestond, die inhield dat alle herinneringen aan ongewenste personen werden gewist. Vervolgens komen vervalsingen in de wetenschap, geschiedenis en kunst aan bod, om af te sluiten met nepmerken en nepnieuws in het heden. De discussie over wat we als echt en als namaak beschouwen kent vele aspecten. Neem ook deel aan dit debat en denk samen met ons na over het belang van een kritische blik. Ontdek onder welke historische omstandigheden vervalsingen zijn ontstaan, wat hiervoor de beweegredenen waren, welke gevolgen zij hadden en hoe zij uiteindelijk aan het licht kwamen.

Waarom zijn de meest gedenkwaardige verhalen over het verleden zo vaak onwaar? Feit en fictie zijn moeilijk te onderscheiden, en wanneer we ons een voorstelling maken van de geschiedenis, laten we ons daarbij vaak het meest leiden door romanschrijvers als Tolstoj of Jane Austen. Maar sommige verhalen die ons verteld worden over het verleden zijn opzettelijk onwaar, ofwel bewust verspreide desinformatie. Oude heldendichten die na eeuwen vergetelheid met veel sensatie worden “ontdekt”, blijken vaak hedendaagse vervalsingen te zijn. Literaire vervalsingen kennen een lange geschiedenis met vele opzienbarende voorbeelden die doen denken aan een detectivefilm. Er is sprake van een eeuwig kat-en-muisspel tussen historici – de onderzoekers die het bewijs zorgvuldig natrekken – en de vervalsers, die creatieve, slimme of vaak gewoon domme pogingen wagen om het publiek te misleiden. Joep Leerssen neemt ons mee naar de duistere wereld van de nepgeschiedenis, namaakheldendichten en vervalste manuscripten. Hij vertelt over een reeks ontstellende streken in stoffige achterkamertjes van verlaten bibliotheken, waardoor we ons uiteindelijk afvragen: waarom willen we het verleden zo graag reconstrueren? En, ten slotte, hoe verhoudt het verleden zoals het was zich tot het verleden zoals wij ons dat voorstellen? Joep Leerssen (Leiden, 1955) studeerde vergelijkende literatuurwetenschap in Duitsland, Ierland en Canada en is sinds 1991 professor Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam. Ook is hij deeltijds onderzoeksprofessor aan de Universiteit Maastricht en heeft hij in het verleden gastcolleges verzorgd aan Harvard, Cambridge (Magdalene College), Göttingen en de École normale supérieure in Parijs. In zijn werk staat de interactie tussen nationalistische ideologieën en de literaire en historische verbeelding centraal. Hij heeft gepubliceerd over Ierse (zelf-)stereotypering en identiteitsgeschiedenis (Mere Irish & Fíor-Ghael, tweede editie, 1996; Remembrance and Imagination, 1996; Parnell and his Times (red.), 2020); over de vergelijkende cultuurgeschiedenis van nationale bewegingen in Europa (Nationaal denken in Europa, derde editie, 2018; Encyclopedia of Romantic Nationalism in Europe (red.), 2018); en over de geschiedenis van de taal- en letterkunde en de geesteswetenschappen (De bronnen van het vaderland, derde editie, 2015; Comparative Literature in Britain, 2019). Leerssen, wiens werk bekroond is met de Spinozapremie en de Madame de Staël-prijs voor Europese waarden, is een vooraanstaand deskundige op het gebied van het historisch nationalisme en de imagologie, de theorie en kritische analyse van culturele en nationale stereotypering. Hij is getrouwd met de Ierse literatuurwetenschapper Ann Rigney, met wie hij samen de verzameling Commemorating Writers in Nineteenth-Century Europe: Nation-Building and Centenary Fever (2014) uitbracht.